Copia Copiae Copiae

1738

Copia Copiae

1860

Copia Copiae

1660

Originele oorkonde met de verklaring over de memorietafel van van Winsen, van Buchell en van Steenre.

Archief Ploos van Amstel

Copia

1641

Copiae: 1641-1660-1738-1860

In 1641 heeft de oudste zoon van Adriaen Ploos van Amstel, Gerard (VIIIa), een poging gedaan om toegelaten te worden tot de Edelen en Ridderschap van Utrecht. Hij wilde blijkbaar de onder hem berustende documenten niet uit handen geven, waarom hij in ťťn band deze in notariŽle afschriften liet vastleggen teneinde deze foliant als bewijsmateriaal in te sturen bij zijn aanvraag voor admissie.

Gerard heeft dit boek weer teruggekregen wat blijkt uit de aanvulling met een copie van zijn reminder in januari 1642 en van de decisie van Edelen en Ridderschap gedateerd 26 jan. 1642. Verder liet hij een waterverftekening in het boek maken van de memorietafel en liet hij in fraai Duits sierschrift opnemen de attestatie van de KŲn. Reichsritterschaft dd. januari 1648 m.b.t. Johann von Bodeck, zijn schoonvader.

In elk geval heeft Gerard Ploos van Amstel in 1660 wederom getracht toegelaten te worden tot de Edelen en Ridderschap en is van de bundel uit 1641 (zonder het attest van Johann von Bodeck) een notariŽle copie gemaakt door notaris J. van Vechoven te Utrecht. Een copie van de tekening bleef achterwege. Dit kopiedocumenten-boek is verworven uit het familie-archief Blaauw. Deze familie heeft het door vererving via de familie Stadlander uit onze familie verkregen. Hoe de vererving van dit exemplaar via Mr. Johan Ploos van Amstel (broer van Gerard) naar Cornelis Ploos van Amstel is geschied is nog niet duidelijk.

Van boek-1660 wordt op† 14 oktober 1738† door notaris Samuel Wiselius te Amsterdam weer een afschrift gemaakt t.b.v. Boudewijn Ploos van Amstel (1695-1766) die "het eerst 't Famielle-boek in order gebracht heeft", zoals Johannes Ploos van Amstel (bekend door de adelserkenning 1864) hierbij aantekent. Deze Boudewijn heeft blijkbaar ook een genealogie op schrift laten stellen, waarschijnlijk met de hulp van Prof. Dr. Arnoldus Drakenborch (1684-1748), hoogleraar te Utrecht in de welsprekendheid en geschiedenis.

Tot slot wordt van het exemplaar uit 1660 omstreeks 1860 in opdracht van Johannes Ploos van Amstel een copie gemaakt welke zal dienen voor de bewijsvoering bij zijn aanvraag voor de meergenoemde erkenning. Deze copie was aangevuld met een genealogie en met fraaie wapentekeningen (ook betreffende de huizen en heerlijkheden).