

|
Archief Ploos van Amstel |
|
XVe (XIVc-3). Jhr. Elisa Ploos van Amstel |

|
Elisa Ploos van Amstel foto door Carel Ament (beiden geb. 1896-1943 te Ancol/Antjol) |
|
Strafzaak en vonnis tegen de Kempeitai, Batavia De tragedie van de mensen van het Algemeen Landbouw-syndicaat waaronder Jhr. Elisa Ploos van Amstel (geb. 29-3-1896/overl. 23-9-1943) Lid Dagelijks Bestuur Algemeen Landbouwsyndicaat |
|
Strafzaak en vonnis tegen de Kempeitai Batavia, die betrekking hebben op de tragedie van de mensen van het Algemeen Landbouw-syndicaat Jhr. ELISA PLOOS VAN AMSTEL Lid Dagelijks Bestuur Algemeen Landbouwsyndicaat Verzameld in de jaren ’80 door E. Ubels met het oog op levensbeschrijving van zijn zuster Luut Ubels met aanvullingen door jhr. Gerard Ploos van Amstel Haarlem 4 november 1996 met een introductie en aanvullingen door Hans Kristian Ploos van Amstel Gouda 19 augustus 2025
Introductie Hans Kristian Ploos van Amstel Gouda 19 augustus 2025
Op 23 september 1943 werd onze grootvader Jonkheer Elisa Ploos van Amstel (1896-1943) te Antjol (Ancol) zonder vorm van proces (Ki-Kosaku) geëxecuteerd/onthoofd (potong léhér) door de Japanse Kempeitai. Elisa trof dit lot samen met 16 anderen, allen werkzaam bij het Algemeen Landbouwsyndicaat (Saibai Kigyo Kanrikoodan). De reden was hun weigering om de eedsbrief te tekenen die de Japanners hen hadden voorgelegd.
In het dossier dat grotendeels is samengesteld door de heer Bert Ubels en met aanvullingen door jhr. Gerard Ploos van Amstel staan verschillende stukken die betrekking hebben op het proces. Ze zijn o.a. uit het archief van de Netherlands Forces Intelligence Service (NEFIS), uit het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie (RIOD nu NIOD) en toegestuurd door Mr. L.F. de Groot, president temporaire krijgsraad in Nedelandsch-Indië uit zijn particuliere archief. Ze zijn hier in dit dossier benoemd en genummerd als bijlagen.
Bijlage I geeft de letterlijke tekst van de eedtekst die zij als ambtenaar van het Algemeen Landbouwsyndicaat (Saibai Kigyo Kanrikoodan) moesten ondertekenen. Het zijn vier zgn. voorschriften. Het vierde voorschrift is: ‘Ik zal letten op mijn medewerkers en ik zal hun raad geven, opdat zij bovengenoemde voorschriften niet overtreden, en indien ik te weten kom dat er personen zijn, die die voorschriften overtreden, zal ik hierover met spoed rapport uitbrengen aan den hoogen ambtenaar, die daarover in aanmerking komt.’ Het is dit vierde voorschrift waartegen zij in het verzet kwamen door middel van een request dat zij gezamenlijk hebben opgesteld en ondertekend.
Bijlage II geeft de letterlijke tekst van het request van 22 personen die werkten bij het Algemeen Landbouwsyndicaat (Saibai Kigyo Kanrikoodan). Dit request geeft aan dat zij zich willen voegen in de punten 1 t/m 3 van de eedtekst maar dat m.b.t. punt 4 ‘tot de slotsom moesten komen, dat de daarin van hen gevraagde belofte strijdig is met hun geweten en niet strookt met de opvattingen van eer zooals deze bij hen gelden; Redenen waarom requestranten van meening zijn UHoogEdelGestrenge eerbiedig te mogen verzoeken het daarheen te willen leiden, dat de in den laatsten zin sub 4 vervatte voorwaarde niet wordt gesteld voor hunne werkzaamheid bij de Saibai Kigyo Kanrikoodan.’ (2 Februari 2603 (1943)).
Bijlage III is een proces-verbaal uit 19 Januari 1946. Het is een verslag opgesteld door Aart den IJzerman, Inspecteur van Politie 1e klasse van den Dienst der Algemeene Recherche, van zijn gesprek met Mevrouw Amalia Benjamina Scholten-geb. Kloeth, echtgenote van slachtoffer G.J. Scholten. Het is een persoonlijke getuigenis van wat zij hoorde, zag, vermoedde. Naast haar man is één van de centrale figuren in dit verslag Ir. F. Kramer, de voorzitter van het Algemeen Landbouwsyndicaat. Van hem werd vermoed dat hij acties ondernam tegen de Japanners. Kramer werd op 26 december 1942 gearresteerd door de Kempei. Mevrouw Scholten beschrijft hoe het is gegaan met het tekenen van de eedsbrief ‘‘Op het kantoor teekende een gedeelte en een ander gedeelte weigerde. Zij, die weigerden, dienden een request in met bezwaren tegen punt 4. De weigeraars werden tenslotte herhaaldelijk door de Japanners voor de keus gesteld, teekenen of niet teekenen, waarbij de Japanners sterk aandrongen op teekenen. Zij bleven weigeren. Dit waren: Ploos van Amstel, Ament, Wolterbeek, Neeb, van Kessel, Scholten, Kieboom, Reedijk, van der Sluis, Prinsen, Zuidland, Rutges, Schmidt en Mevr. Schuiling. Bijzonder in dit verslag is dat zij de mogelijkheid van verraad benoemt door Nederlandse vrouwen (Gonda de Vries, later bekend als Gonda de Haan en Milly Langlois van den Berg, zie ook bijlage VII).
Bijlage IV geeft fragmenten uit een brief van de Weduwe Kramer-Huese, de echtgenote van Dr. Ir. F. Kramer, voorzitter van het Algemeen Landbouw Syndicaat. Zij vertelt dat de Europeanen in het Algemeen Landbouw Syndicaat bleven doorwerken om zo invloed te houden en om in het bestaan van hun en andere families waarvan de mannen al waren weggevoerd te kunnen voorzien. Zij put uit verhalen en verslagen die zij van anderen vernam. Zij benoemt ook specifiek de bezwaren tegen de eedtekst en ‘Toen........ werd hun dat eene speciale punt [4] van de verklaring voorgelegd en onder leiding van Jhr. Ploos van Amstel hebben zij dit op kantoor besproken, ernstig, met te rade gaan van hun geweten en in de vorm van een soort request hun bezwaren tot onderteekening aan de Japanners op kantoor aangeboden.’. Zij werden Kempeigevangenen. […] waar dat prachtmenschen waren en er velen waren, die groote steun in hun geloof hadden en zoo anderen konden steunen.’ Zij zijn volgens haar niet gemarteld omdat het al een gelopen zaak was en geen verder bekentenissen nodig waren. Zij dachten […] ‘dat na een tijdje op de Kempai, interneering in een mannenkamp zou volgen. Toen zij werden weggevoerd -- mijn zegsman, die iets anders op zijn kerfstok had, bleef achter en zag hen gaan -- dachten zij niet anders, alleen bevreemde het hen, dat hun bundeltjes bagage achterbleven dit is het laatste wat hij, dus wij van de mannen weten.’
Bijlage V is een verslag van mevrouw Kramer-Huese. Zij vertelt over het kantoor van het Alg. Landbouw Syndicaat en ‘de splitsing in twee kampen. Zij die teekenden en zij die dit niet wilden. Toen kwamen de laatsten onder leiding van Jhr. Ploos van Amstel bijeen, overlegden alles grondig en stelden een request op. Weer volgde een splitsing. Zij die het request niet en wel onderteekenden. In het request stond dat zij op grond van godsdienstige en nationale overwegingen niet konden en niet wilden verklaren dat zij een nationale zaak en daarmee hun landgenoten zouden aangeven.’[…] De mannen werden daarna weggebracht en zijn ook nooit meer teruggekomen; zij zijn denkelijk zonder verdere vorm van proces ter plekke terechtgesteld (Ki-Kosaku). Bijlage VI is het Vonnis Kempeitai Batavia, Reg.nr. 24/1947, uitgesproken door de Temporaire Krijgsraad te Batavia op 15-9-1947. De bijlage bevat dat deel dat betrekking heeft op het Landbouwsyndicaat met de verschillende getuigenissen puntsgewijs weergegeven (dat …., dat….) en de overwegingen van de rechtbank. Alles droog registrerend. Het complete vonnis gaat over veel meer zaken dan die van het Landbouwsyndicaat. Zie de inhoudsopgave van het Vonnis bij bijlage VI. Wat ontbreekt in deze bijlage is o.a. het het uiteindelijk oordeel/gewezen vonnis. In bijlage VII staat het oordeel beschreven als post alia en wel (doodstraf) over Murase Mitsuo, luitenant kolonel van de Kempeitai.
Bijlage VII is een Notitie van Mr. L.F. de Groot, president temporaire krijgsraad in Nedelandsch-Indië. Het is een terugblik jaren later. Hij gaat o.a. in op het proces rondom het Landbouwsyndicaat, de loyaliteitsverklaring en het verzet door middel van een request daartegen. Verrassend is zijn mening dat hij toentertijd de rol van enkele mogelijke verraadsters Milly Langlois van den Berg en mevr. Brandenburg van Oltsende over het hoofd gezien heeft. ‘Helaas is aan deze achtergronden destijds geen aandacht geschonken, met als gevolg dat zowel Brandenburg van Oltsende (echtgenote van berucht NSB-er die kort na de bezetting overleed en later vriendin/vrouw van avant-garde fotograaf Minoru Sakata) als haar vriendin Langlois van den Berg (maîtresse van Murase, hoge Japanse officier bij de Kempeitai) aan de dans zijn ontsprongen.’ De gedachte is dat door het verraad van mevrouw Brandenburg van Oltsende (mogelijk in samenwerking met Milly Langlois van den Berg?) de zaak bij de Kempeitai terecht is gekomen. Zij zou toen de Landbouwsyndicaat-affaire speelde, de Japanse officier Murase gewezen hebben op dit verzet rondom de eedtekst en het request. Het werd eerst als een interne zaak voor de het Algemeen Landbouwsyndicaat (Saibai Kigyo Kanrikooda) behandeld. Het zou dan door haar inmenging Murase getriggerd hebben. Vervolgens heeft Murase aan ‘[…] sergeant-majoor Yabana van het Hoofdkwartier opgedragen een onderzoek in te stellen. In de zaak tegen de Kempeitai Batavia zijn verklaringen voorgelezen van o.m. Nurazawa Simitsu en Hozumi, waaruit blijkt dat deze zaak "ter ore is gekomen" van de Kempeitai.’ ‘Tijdens het uitvoerige onderzoek ter terechtzitting bleek duidelijk dat Murase verreweg de belangrijkste figuur op het Kempei-hoofdkwartier is geweest en op herhaalde inspectiereizen veelvuldig contact heeft gehad met alle op Java aanwezige Kempei-buntai's en onderafdelingen.’ Met alle verschrikkelijke gevolgen. Volgens opgave van Murase heeft zijn chef, kolonel Oka, ten slotte aan de commandant van de Bataviase Kempei-buntai, majoor Choo, opdracht gegeven "de zaak nogmaals te onderzoeken en de stukken daarna op te zenden naar de Speciale Militaire Rechtbank van het 16de Leger", waarna 13 à 14 verdachten ter dood werden veroordeeld door genoemde rechtbank en ter plaatse geëxecuteerd. (Ki-Kosaku)".
Het vonnis is gewezen op 11 februari 1949 door Mr. L.F. de Groot, majoor, President, J.G.H. van der Starp, kapitein, en J.Th. Doornweerd, kapitein, leden, in tegenwoordigheid van Mr. W. Geurts, 1ste luitenant, secretaris, en geresumeerd en gearresteerd op 6 mei 1949 (enz.) Het fiat executie is op 12 juli 1949 verleend door R.A.A. Hilman Djajadiningrat, gouverneur van Batavia en Ommelanden en het vonnis is uitgesproken op 18 juli 1949, in tegenwoordigheid van de Auditeur Militair Mr. J. Diephuis, beklaagden en de hun toegevoegde raadsman. Murase Mitsuo kreeg de doodstraf en is geëxecuteerd op 3 november 1949
Bijlage IX toont het overzicht van de Japanse beklaagden, hun namen, leeftijd en functie en hun uiteindelijke straffen.
Bijlage X geeft de bekrachtiging van de vonnissen door de betrokken Secretaris, President, Leden van de Krijgsraad.
Bijlage XI is een brief van President Mr. L.F. de Groot aan de heer R.Ubels. Het geeft inzicht in de herkomst van de documenten die deel uitmaken van het dossier. Hij reageert op vragen van Ubels over de achtergrond van het vonnis tegen de Kempeitai Batavia. Hij stuurt ‘een door mij opgestelde notitie betreffende deze zaak en een résumé van de strafzaak tegen het Hoofdkwartier van de Kempeitai, geschreven voordat ik mijn artikelenserie in het Militair Rechtelijk Tijdschrift publiceerde. Mijn pogingen om over deze affaire elders nog nadere gegevens te verkrijgen hebben geen noemenswaardig resultaat opgeleverd.’[…] ‘Ik hoop door de toezending van deze stukken in elk geval enigermate te hebben voldaan aan Uw wens meer informatie te hebben over de wijze waarop zich deze tragedie heeft toegedragen[…].´ Daarnaast toegevoegd (JKPVA 2025): het laatst overzicht van het Algemeen Landbouw Syndicaat. Daarin komen verschillenden namen terug uit de stukken. Handboek voor Cultuur- en Handelsondernemingen in Nederlandsch Indië* 1940 Overzicht functies Jhr. E. Ploos van Amstel Foto’s van zittingen van de Temporaire Krijgsraad te Batavia. Een aantal linkjes naar webpagina’s over de bovengenoemde dames die mogelijk een verradersrol hebben gespeeld |